Sinds 2025 stort de door Rwanda gesteunde offensief van de AFC/M23 het oosten van de DRC in een ernstige veiligheids- en humanitaire crisis: bezette gebieden, moorden, geweld en miljoenen ontheemden. Het maatschappelijk middenveld roept België en de EU op om op te komen voor het internationaal recht.
Deze open brief werd gepubliceerd in Le Soir van 5 maart 2026.*
Sinds de inname van Goma in januari 2025, gevolgd door de val van Bukavu in februari en Uvira in december, zinkt het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) steeds dieper weg in een extreem ernstige multidimensionale crisis. Het offensief van de AFC/M23, actief gesteund door Rwanda in strijd met het internationaal recht, heeft een conflict van meer dan dertig jaar opnieuw doen oplaaien en heeft geleid tot een sterke verslechtering van de veiligheids-, humanitaire en politieke situatie. De burgerbevolking betaalt daarvoor de hoogste prijs.
De feitelijke bezetting van Congolees grondgebied door een gewapende groep, door een buurstaat gesteund, vormt een duidelijke schending van het Handvest van de Verenigde Naties, van het principe van de onaantastbaarheid van grenzen en van het verbod op het gebruik van geweld. De vastgestelde feiten beperken zich niet tot een humanitaire crisis maar vormen een ernstige aantasting van de internationale rechtsorde waarop de Europese Unie zegt haar beleid te baseren.
In de provincies Noord- en Zuid-Kivu heeft de AFC/M23 zich opgewerkt tot een “feitelijke autoriteit”, waarbij onwettige structuren werden opgezet met het oog op de oprichting van een autonome regio, wat neerkomt op een vorm van balkanisering van de Congolese staat. Deze machtsgreep gaat gepaard met systematische intimidatie en repressie tegen het maatschappelijk middenveld: moorden, willekeurige arrestaties, onwettige detentie, foltering en gedwongen verdwijningen. De bevolking zit klem tussen haar trouw aan de Congolese staat en een gewapende macht die via angst regeert.
Mensenrechtenverdedigers, journalisten, advocaten en activisten worden bedreigd, gearresteerd of gedwongen tot ballingschap. Sinds januari 2025 heeft de crisis, verergerd door identitaire spanningen en haatzaaiende betogen, meer dan 2,68 miljoen mensen op de vlucht gedreven. Daardoor loopt het totale aantal intern ontheemden op tot bijna 5,35 miljoen, terwijl bijna 25 miljoen mensen kampen met voedselonzekerheid. De interventies van de Congolese regering, internationale partners en ngo’s worden in de bezette gebieden grotendeels belemmerd.
Geweld door meerdere actoren en regionale destabilisatie
De AFC/M23 en de Rwandese troepen behoren tot de belangrijkste plegers van ernstige schendingen en zijn verantwoordelijk voor ongeveer 45 % van de gemelde standrechtelijke executies. Toch maken alle partijen in het conflict zich schuldig aan schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht. De Groep van Experts van de Verenigde Naties wijst ondubbelzinnig op de rechtstreekse en doorslaggevende rol van Rwanda bij de schending van de territoriale integriteit van de DRC, gepaard gaand met plunderingen en andere misbruiken.
Ook andere gewapende groepen dragen bij tot het geweld, de plunderingen en de gedwongen rekrutering van kindsoldaten. Seksueel geweld blijft een lokaal probleem en wordt gebruikt als oorlogswapen. Sinds begin 2025 heeft Unicef meer dan 35.000 gevallen tegen kinderen geregistreerd, een cijfer dat waarschijnlijk een onderschatting is. De vermindering van internationale financiering, met name door de Verenigde Staten, brengt essentiële programma’s ter ondersteuning van slachtoffers in gevaar.
De crisis destabiliseert de hele regio van de Grote Meren. Massale vluchtelingenstromen zetten vluchtelingenkampen en gezondheidsstelsels onder zware druk. Sinds december 2025 zijn meer dan 100.000 Congolese vluchtelingen naar Burundi gevlucht. Deze instabiliteit voedt een toenemende migratiedruk, verzwakt de buurlanden en verhoogt het risico op een langdurige humanitaire crisis die een sterkere internationale mobilisatie vereist, ook vanuit Europa.
Het conflict wordt gevoed door de controle over natuurlijke rijkdommen. Het oosten van de DRC neemt een strategische plaats in in de mondiale toeleveringsketen van kritieke mineralen. Hun gewapende en illegale exploitatie voedt een oorlogseconomie, wat rechtstreeks indruist tegen de Europese regelgeving inzake conflictmineralen en tegen de doelstellingen van de groene transitie van de Europese Unie.
Een internationale diplomatie die vastloopt
Recente diplomatieke initiatieven hebben geen tastbare vooruitgang opgeleverd richting een duurzame vrede. De akkoorden die tussen de DRC en Rwanda werden ondertekend, worden niet volledig uitgevoerd en geen enkel duurzaam staakt-het-vuren werd gerespecteerd. De gesprekken met het M23 liggen stil, terwijl de resoluties van de VN zonder effect blijven en de rol van de Afrikaanse Unie onvoldoende wordt ondersteund.
Hoewel de Europese Unie op humanitair vlak actief blijft, blijft haar diplomatieke engagement grotendeels ontoereikend. Het dossier blijft te onbeduidend binnen de prioriteiten van de Raad Buitenlandse Zaken. Europa slaagt er moeilijk in een krachtige stem te laten horen tegenover Rwanda, het M23 en de schendingen door alle partijen. Deze terughoudendheid ondermijnt haar geloofwaardigheid en brengt haar doel om bij te dragen aan vrede en stabiliteit in de regio in het gedrang.
Het is tijd om te handelen
België verdient erkenning omdat het dit dossier op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken van 29 januari 2026 heeft geplaatst, maar dit volstaat niet. Het moet zijn inspanningen voortzetten om de lidstaten te mobiliseren ter ondersteuning van de bemiddelingsrol van de Afrikaanse Unie en van het Congolese maatschappelijk middenveld, en erop toezien dat dit laatste wordt betrokken bij de lopende vredesprocessen.
Als land met een diepgaande historische en politieke kennis van de DRC heeft België een bijzondere verantwoordelijkheid om dit dossier op het hoogste Europese niveau te brengen en het respect voor de territoriale integriteit van de DRC te verdedigen als essentiële voorwaarde voor elke duurzame oplossing.
De Europese Unie moet met één stem spreken om het vertrek te eisen van de AFC/M23 en van de Rwandese troepen van Congolees grondgebied. Zij kan het internationaal recht niet selectief verdedigen. Vastberaden optreden kan levens redden, het recht herstellen en een blijvende regionale destabilisatie voorkomen. Niets doen daarentegen zal een aanzienlijke menselijke, politieke en morele kost hebben.revanche, aura un coût humain, politique et moral considérable.
Wij, organisaties van het maatschappelijk middenveld, roepen België en de Europese Unie op om:
- de druk op Rwanda, de verantwoordelijke voor ernstige schendingen, te handhaven;
- een inclusief, transparant en participatief vredesproces te ondersteunen en het lokale maatschappelijk middenveld te versterken zodat het kan deelnemen aan vredesinitiatieven;
- de strijd tegen straffeloosheid en de toegang tot gerechtigheid centraal te plaatsen in de akkoorden, onder meer via Europese sancties;
- internationale onderzoeksmechanismen te versterken en een ongehinderde toegang tot de bezette gebieden te garanderen;
- de snelle heropening van de luchthaven van Goma te eisen zodat deze kan worden gebruikt voor humanitaire operaties;
- de Europese instrumenten ten volle te mobiliseren, met name sanctieregimes, het viseren van netwerken die de oorlogseconomie voeden en de voorwaardelijkheid van partnerschappen.
* Medeondertekenaars: Roland Mumbala Munungu, AETA; Jean-Claude Katende, ASADHO; Olivier Valentin, CGSLB; Arnaud Zacharie, CNCD-11.11.11; Edwin de Boevé, Dynamo International; Guy des Aulniers, Entraide et Fraternité; Selena Carbonero Fernandez, FGTB; Dido Mulumba, Fondation MULUMBA International (FMI-PAD Network); Jonas Tshiombela, NSCC; Véronique Wemaere, Solsoc; Fanny Polet, Viva Salud; Bart Verstraeten, WSM; Albert Kiungu, CRONGD Kasaï Central.