Voor het eerst in twee jaar komen de lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) weer bij elkaar in Genève. Daar vindt de 75e Wereldgezondheidsvergadering plaats. Om de gezondheid wereldwijd te verbeteren, moeten de lidstaten de WHO versterken.
De 75e Wereldgezondheidsvergadering (WGV) vindt plaats van 22 tot en met 28 mei. Voor het eerst sinds het begin van de pandemie komen de lidstaten weer bij elkaar in Genève. Daar gaan ze het hebben over de grootste gezondheidsuitdagingen in de wereld. Hoe we omgaan met de coronapandemie en toekomstige gezondheidscrises is een cruciaal onderwerp. Maar de lidstaten zullen zich bijvoorbeeld ook richten op de bestrijding van niet-overdraagbare ziekten, zoals hart- en vaatziekten, diabetes of kanker. Tot slot buigen de lidstaten zich over de financiering en versterking van de WHO. Het WHO Watch-team van de People’s Health Movement (PHM) volgt de bijeenkomsten op de voet. In dit artikel gaan de teamleden dieper in op de bijeenkomst.
Het omgaan met gezondheidscrises
In april heeft een onafhankelijke organisatiei heeft een rapport uitgebracht over het werk van de WHO tijdens de pandemie. Het rapport is positief over het werk van de WHO in het afgelopen jaar. Het benadrukt dat de WHO een leidende rol moet blijven spelen bij gezondheidscrises. Het is de belangrijkste organisatie die het wereldwijde gezondheidsbeleid vormgeeft.
Het rapport wijst ook op een aantal uitdagingenii. Het WHO-programma voor het beheer van gezondheidscrises staat onder grote druk. Er is een tekort aan personeel en financiële middelen. Dit gaat ten koste van de effectiviteit van het programma en treft vooral kwetsbare landen.
Het rapport gaat duidelijk in op de rol en verantwoordelijkheden van de WHO. Maar het zwijgt over de rol van de landen in de strijd tegen de pandemie. Daardoor blijven een aantal fundamentele vragen onbeantwoord. Zo heeft het COVAX-initiatief, dat bedoeld was om de toegang tot vaccins wereldwijd te verbeteren, te weinig resultaten opgeleverd. De rijke landen hebben de patenten van de grote farmaceutische bedrijven beschermd. Ze hebben de hebzucht en winstbejag van Big Pharma boven de gezondheid van de wereldbevolking gesteld. Dat heeft heel wat mensenlevens gekost.
Bovendien hadden sommige landen moeite om toegang te krijgen tot middelen die essentieel zijn voor de strijd tegen het coronavirus. Zo hebben de Verenigde Staten tijdens de pandemie economische sancties tegen Iran, Venezuela, Cuba en Noord-Korea gehandhaafd. In plaats van solidariteit te bevorderen, hebben ze het aanpakken van de pandemie juist bemoeilijkt. Als deze problemen niet worden onderkend en aangepakt, zal de wereld nooit goed genoeg voorbereid zijn op toekomstige rampen.
Een verticale benadering van ziekten
In veel documenten die de lidstaten tijdens de AMS hebben besproken, staat dat we onze gezondheidszorg moeten versterken. Toch kiest de WHO meestal voor een verticale aanpak van ziekten. Met andere woorden: er worden aparte programma’s opgezet voor specifieke ziekten zoals meningitis, tuberculose en diabetes. Dat is niet alleen duur, maar ook minder effectief.
Het actieplan voor niet-overdraagbare ziekten, zoals hart- en vaatziekten, diabetes of kanker, is bijvoorbeeld erg teleurstellend. Het legt te veel nadruk op de individuele verantwoordelijkheid van mensen, gaat niet in op de structurele uitdagingen van onze gezondheidszorg en zwijgt over de rampzalige invloed van grote bedrijven op onze gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan de negatieve effecten van bewerkte voedingsmiddelen of aan de bevordering van monocultuur door grote landbouwbedrijven.
Bovendien moedigt de WHO met dit actieplan landen aan om een model voor universele gezondheidszorg (UHC-model) te gebruikeniii). Het CSU-model is bedoeld om mensen toegang te geven tot gezondheidszorg via een verzekeringsmodel. Hierdoor kunnen particuliere verzekeringsmaatschappijen de markt betreden. Hoewel de CSU voor veel mensen wereldwijd een verbetering kan betekenen, leidt het de aandacht af van het versterken van de openbare gezondheidszorg. Dat is een grote tekortkoming van het actieplan.
De financiering van de WHO
Om helemaal onafhankelijk te kunnen werken, moeten de beslissingen van de WHO vrij zijn van belangenconflicten en vooringenomenheid. De financiering van de WHO is daarom een belangrijk agendapunt van de Wereldgezondheidsvergadering. De WHO kampt al heel lang met een financieringsprobleem. De vaste bijdragen van de lidstateniv, waarmee de WHO kan bepalen wat ze doet, nemen al jaren af. Ze maken amper 14% van de begroting uit. De vrijwillige bijdragen van de lidstaten en andere donateurs, zoals de Bill & Melinda Gates Foundation, zijn veel hoger. Die maken 86 % van het budget uit. Daarmee kan de WHO niet zomaar doen wat ze wil. De donateurs bepalen wat er gebeurt.
Tijdens de AMS gaan de lidstaten een rapport over de duurzame financiering van de WHO bespreken. Daarin staat dat de financiering flink moet worden verhoogd. Vooral de vaste bijdragen. Helaas is het rapport niet ambitieus genoeg.
Bovendien staat er in het rapport een aanbeveling dat de WHO geld van de privésector zou moeten aannemen. Dat betekent dat ze financiële steun zou moeten accepteren van multinationals uit de voedings-, alcohol- en farmaceutische sector. Dat is een groot probleem. De industrie is vooral uit op winst. En als de WHO tegen de belangen van de industrie ingaat, loopt ze zelfs het risico dat grote bedrijven haar financiering stopzetten. Dat zou de onafhankelijkheid van de WHO en haar werk in gevaar brengen.
Als de WHO de grootste gezondheidsuitdagingen ter wereld wil aanpakken, moet ze de fundamentele problemen aanpakken. Alleen dan kunnen we het wereldwijde gezondheidsbeleid rechtvaardiger maken. Daar werkt het WHO Watch-team van het PHM aan.

De teamleden van WHO Watch zijn Abhishek Royal (India), Alan Rossi Silva (Brazilië), Aletha Wallace (België), Anton Sundberg (Duitsland), Ben Verboom (Canada), Dian Maria Blandina (Indonesië), Jasper Thys (België), Maria Alejandra Rojas (Colombia), Marta Caminiti (Italië), Sarai Keestra (Nederland), Sopo Japaridze (Georgië), Lauren Paremoer (Zuid-Afrika), Jyotsna Singh (India) en Gargeya Telakapalli (India).
i Het Onafhankelijk Toezichts- en Adviescomité (IOAC) van de WHO
ii Het WHO-programma voor gezondheidscrises (WHE)
iii Universele gezondheidszorg (UHC)
iv Vastgestelde bijdragen (AC)