Het coronavirus heeft de hele wereld in zijn greep. De ziekenhuizen zitten overvol en er is een groot tekort aan medische spullen. Overal ter wereld zetten artsen, verpleegkundigen en ander zorgpersoneel zich keihard in om de zieken te verzorgen en het virus te bestrijden.
Als rijke landen als Spanje, Italië of België het al moeilijk hebben, stel je dan eens voor hoe het zal gaan als het virus zich verspreidt in de armste regio’s. Een militaire bezetting, geen toegang tot drinkwater, onhygiënische woonomstandigheden: dat alles maakt de strijd tegen het virus tot een ontzettend zware beproeving.
Daar komt nog bij dat het gezondheidszorgsysteem in veel landen erg zwak is. Onder druk van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds hebben ontwikkelingslanden drastisch bezuinigd op de gezondheidszorg. Het gezondheidszorgsysteem is vaak in handen van de privésector terechtgekomen en staat in veel landen op instorten.
Op 3 april gaf dr. Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie, de lidstaten drie tips om de coronacrisis te boven te komen. Ten eerste moet er worden geïnvesteerd in de volksgezondheid en niet alleen in medische maatregelen. Daarnaast moeten de lidstaten de basis van hun gezondheidszorg versterken door medisch personeel goed te betalen en te investeren in infrastructuur en medische apparatuur. Tot slot mogen er geen financiële drempels meer zijn voor de meest kwetsbare groepen.
Het is duidelijk dat hij hier pleit voor een sterke openbare gezondheidszorg. Dat is ook een onmisbare voorwaarde om het coronavirus te verslaan. En hier is waarom.
1. De openbare gezondheidszorg is voor iedereen toegankelijk
Dat is niet het geval in landen waar de gezondheidszorg door particuliere bedrijven wordt verzorgd. Hun voornaamste doel is winst maken, dus krijgen de rijkste patiënten voorrang.
Zo ontstaat er een systeem met twee snelheden. Het ene biedt zeer gespecialiseerde zorg voor wie het zich kan veroorloven, en het andere kan door gebrek aan middelen niet eens de meest elementaire zorg bieden. Zo’n systeem, waarin de toegang tot zorg afhangt van de prijs van een behandeling of een medicijn, maakt het onmogelijk om het coronavirus effectief aan te pakken.
Zo hebben er in de VS 30 miljoen Amerikanen geen ziektekostenverzekering. Als ze door ziekte niet kunnen werken, lopen ze hun loon mis. Als ze een test of behandeling moeten ondergaan, moeten ze die zelf betalen. Veel Amerikanen staan daardoor voor een keuze: geld sparen of medische zorg krijgen, en dat geldt het hele jaar door, niet alleen in de huidige situatie. Daardoor lopen de Verenigde Staten het risico dat het virus zich constant blijft verspreiden.
De openbare gezondheidszorg is er juist voor de hele bevolking, en niet alleen voor mensen die het zich kunnen veroorloven. Ze zorgt dus voor de bescherming en gezondheid van iedereen. Of je nu rijk of arm bent, man of vrouw, zwart of wit – dat maakt niet uit. In principe heeft iedereen toegang tot zorg, medicijnen en vaccins.
Bij een epidemie zoals die van het coronavirus is dat natuurlijk superbelangrijk. De bescherming is zo sterk als de zwakste schakel. En we zijn pas goed beschermd als iedereen beschermd is. Daarom is het essentieel dat iedereen toegang heeft tot zorg.
2. De openbare gezondheidszorg investeert in preventie
Een van de belangrijkste lessen over het indammen van het virus komt volgens de Wereldgezondheidsorganisatie uit China en andere Oost-Aziatische landen. Er wordt daar flink geïnvesteerd in preventie. De laatste contacten van besmette mensen worden zorgvuldig bijgehouden, getraceerd en bij een positieve test in isolatie geplaatst. Daardoor wordt de druk op de ziekenhuizen verlicht en hoeft niet alles alleen op de schouders van artsen en verpleegkundigen te rusten.
Om de verspreiding van het virus tegen te gaan, is er dus meer nodig dan alleen medisch personeel en de juiste apparatuur. Je moet actie ondernemen om het te voorkomen. En dat is iets wat heel belangrijk is in een openbaar gezondheidszorgsysteem. Zo’n systeem pakt gezondheidsproblemen bij de bron aan en investeert flink in preventie en zorg in de breedste zin van het woord. Tenzij er, zoals in België, geen effectieve preventieve structuren zijn. In dat geval speelt de strijd tegen het virus vooral in de ziekenhuizen.
Nu het virus ook in Palestina, Congo en de Filippijnen is opgedoken, komen onze partners in actie. In Congo doet Etoile du Sud er alles aan om te voorkomen dat het helemaal uit de hand loopt. Dankzij de ervaring die ze hebben opgedaan in de strijd tegen ebola, weten ze hoe ze zich moeten organiseren. Ze mobiliseren gezondheidsactivisten, bereiden lokale afdelingen voor via sociale media en sturen duidelijke preventieboodschappen de wereld in. Ze gaan van deur tot deur om de bevolking bewust te maken en te informeren over de noodzakelijke maatregelen.

In Palestina zorgt de bezetting door het Israëlische leger voor enorme problemen. Als het virus zich verspreidt in de Gazastrook, die volledig is afgesloten van de buitenwereld, zou dat een ramp zijn voor de bevolking. Door de Israëlische blokkade en de invasies zijn er te weinig IC-bedden, zijn er niet genoeg beademingsapparaten, medicijnen en opgeleid personeel om deze crisis het hoofd te bieden. Daarom doen ze er alles aan om het aantal besmettingen zo laag mogelijk te houden.
Omdat ze bang zijn dat ziekenhuizen en medische centra een grote uitbraak niet aankunnen, richten onze partners hun inspanningen op het indammen van het virus via preventieve maatregelen. De huidige situatie dwingt hen daartoe. Ze blijven natuurlijk strijden voor een sterke openbare gezondheidszorg en betere levensomstandigheden voor de bevolking. Ze dringen er bij de autoriteiten op aan om hun verantwoordelijkheid te nemen en keuzes te maken om te voorkomen dat mensen besmet raken.
3. Een openbaar gezondheidszorgstelsel zorgt ervoor dat de middelen verstandig worden ingezet
Op 11 maart stuurde dr. Tedros, directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie, de volgende boodschap naar de regeringen: «Landen kunnen het verloop van deze pandemie nog steeds beïnvloeden als ze in hun aanpak de bevolking opsporen, testen, behandelen, isoleren, traceren en mobiliseren.».
Zolang er geen vaccin is, kan de strijd tegen het coronavirus alleen worden gewonnen met een brede aanpak waarbij verschillende wegen worden bewandeld, die veel verder gaan dan alleen het medische aspect.
We hebben openbare gezondheidszorg nodig om de coördinatie te vergemakkelijken. Die zorgt ervoor dat we beter, efficiënter en sneller samenwerken. Als we ziekenhuizen en medisch personeel op dezelfde manier voorbereiden op een besmettingsgolf, kunnen we veel beter reageren. We kunnen ook snel materiaal, medicijnen en hygiëneproducten uitwisselen. Ziekenhuizen in minder getroffen regio’s kunnen snel materiaal sturen naar plekken waar de behoefte het grootst is.
Bovendien staat een sterk openbaar gezondheidszorgsysteem dichter bij de mensen. Die directe band met de burgers is heel belangrijk, zeker in een gezondheidscrisis als deze. Informatie die van levensbelang is, moet snel worden doorgegeven. En dankzij goede opvolging door artsen in de lokale gezondheidszorg kunnen zieke mensen snel worden opgespoord, behandeld en opgevangen. Cuba is in dit opzicht een voorbeeld. Ondanks de Amerikaanse blokkade heeft Cuba een van de beste gezondheidszorgstelsels ter wereld. De Verenigde Staten zijn acht keer zo rijk als Cuba, maar toch is het kindersterftecijfer daar hoger. Het aantal coronagevallen in Cuba blijft begin april nog steeds laag.

Daarentegen slagen landen waar de gezondheidszorg in particuliere handen is er niet in om effectief op de crisis te reageren. Het zorgstelsel is daar een lappendeken van honderden systemen met hun eigen voorwaarden, regels en kenmerken. Dat maakt samenwerking praktisch onmogelijk. Sommige landen voeren daarom een hard beleid en baseren hun aanpak vooral op het isoleren van de bevolking. Zo waarschuwt Gabriela, een van onze partners op de Filippijnen, voor de rampzalige maatregelen van president Duterte. Hij heeft de noodtoestand voor zes maanden afgekondigd en het leger en de politie de straat op gestuurd om te controleren of de bevolking zich aan de quarantaine houdt. Deze maatregelen zijn een ramp voor de miljoenen arme gezinnen die zonder inkomen komen te zitten en zich niet tegen het virus kunnen beschermen omdat ze geen toegang hebben tot water en fatsoenlijke huisvesting.
Het is daarom absoluut noodzakelijk dat we ook vandaag onze partners in Congo, Palestina en de Filippijnen blijven steunen. Internationale solidariteit is nu meer dan ooit nodig en we moeten blijven strijden voor een sterke openbare gezondheidszorg. Overal.
